Verkeerde gezegdes. ------------------- * Dit steekt er met kop en schotel bovenuit. * Dat is er met de paplepel ingeslagen. * Dat is niet tegen Dobermannsoren gezegd. * Ik ben er helemaal infuus van. * Hij kreeg een staande ovulatie. * Laten we geen oude vissen uit de sloot halen. * Ik erger me kostelijk. * Ik sta helemaal triplex. * De aandeelhouder wint. * Laten we met een schone luier beginnen. * Dat is vechten tegen de bierkraan. * Het escaleert helemaal uit de hand. * Je brengt me helemaal van mijn abrikoos. * Nou, dat doe je niet verdienstelijk. * Het is het één of het twee. * Pak je borst maar vast. * Dat legt geen doden aan de zeik. * Iemand dood maken met een blije mus. * Je moet een gegeven paard niet in de bek zeiken. * Je kon een speld in een hooiberg horen valllen. * Je bent nog niet zo'n kleine stommerik. * Waar heeft dat nou voor nodig? * Het maakt mij niet erg. * Dat slaat nergens over. * Och dat geeft toch niets uit. * Dat helpt geen nut. * Moet je zeggen wie het hoort. * Ik moet niet teveel rijden; ik moet nog drinken. * Tegen een Hell's Angel: 'Ga eens opzij met je brommer.' * Er waren 3 doden, waarvan 2 ernstig. * We gaan er met de volle 50% tegenaan. * Misschien ben ik wel heel intelligent, ik weet alleen niet wat dat betekent. * Ik maak weleens taalfouten, maar ik ben dan ook geen Neerlandici. * Ik heb wel Nederlands gehebt, het heb alleen niet zo gehielpt. * Ik spreek vloeibaar Nederlands. * Wie niet sterk zijn, moet slim is. * Ik zal je eens een poepie van eigen deeg laten ruiken. * Ik heb met jou nog een varkentje te schillen. * Hij was opslag halfdood. * De beste stuurlui staan aan de wallen. * Wat is er aan de hand? Vijf vingers! * We moeten nu de koe bij de uiers vatten. * 't Is al weer vroeg laat. * Beter laat dan vroeg. * Wie laat begint, mag vroeg weer naar huis. * Dat is dood een goed mens. * 't Is een goed jaar voor de tijd van het weer. * Qua geld kost dat financieel niet duur. * Het is binnen buiten dan warmer. * Zo oud als de weg naar Metusalem. * Met de stok op de kippen gaan. * Met de kippen naar bed gaan. * Vanavond gaan we de bloempotjes buiten zetten. * We hoeven niet opnieuw het ei uit te vinden. * Ik ben er erg door gevaccineerd. * Dat introduceert me niks. * Och, daar kraait geen hond naar. * Hij heeft een aardje naar zijn gaatje. * Iemand blij maken met een dooie mug. * Ik word met scheve schaatsen aangekeken. * Ik ben niet bijgelovig, want dat brengt ongeluk. * Aha, daar komt de kat uit de zak. * Eerst de kat uit de boom zeiken. * De bakken komen met regen naar beneden. * Het regent dat het pijpt. * Ik ben mooi met de aap uit de mouw gelogeerd. * Dat is geen vraag op mijn antwoord. * Geef mijn portie maar aan Flipper. * We gaan er met verkrachte eenden tegenaan. * Daar krijg je stierballen van. * Ze heeft een postanale depressie. * We moeten maar eens polsstokhoogte nemen. * Hij heeft z'n arm in een nutella. * 't Is zuipen of verpompen. * Op het scherpst van de schede. * Je moet geen wakkere honden slapend maken. * Je ziet hier veel gapen en scheiten. * Reinig het 'pisgatje' met 'stierepis'. * Ik heb een leuke jas op de kip getokt. * Dat mag de prut niet drekken. * Sorry, neemt u mij niet dadelijk. * Iedereen moest worden geëjaculeerd. * Executeert u mij. * Ons bedrijf gaat fusiëren. * Zal ik dit blad even voor je copuleren? * Ik zal het voorval eens anaalysren. * Ik heb een gespierde scheur. * De ovulatietheorie van Darwin. * Wat insemineer je daarmee? * Ik ben erg quensecont. * Je moet niet dronken dat ik denken ben. * De overvallers begonnen zomaar in het wilde westen te schieten. * Het is niet alles koek en ei wat er blinkt. * Er moet kaas op de plank komen. * Ik zou niet naast zijn schoenen willen lopen. * Ik voelde me een beetje disney worden. * Zij hebben een huis van een kast. * Je imiteert me mateloos. * Je denkt toch zeker niet dat je bang voor me bent? * Ik kan dit niet door de beugel tolereren. * Je hebt er geen hout van gegeten. * Hartelijk geteleviseerd. * Du pain, du vin, du rex. * Nu gaat er een lampje bij me rinkelen. * Vroeger; toen je koe nog met een korte oe schreef. * Och, het is ook al net zo lang als het kort is. * Het kost een placenta, maar dan heb je ook iets. * Het was zo stil, je kon een muis horen vallen. * Hij kijkt alsof hij vuur ziet branden. * Val de regen in de sloot raken. * Je moet je niet de kaas voor de voeten weg laten maaien. * Hij heeft er geen boter, kaas en eieren van gegeten. * Ik word hier zo moederloos van. * Oost west, lest best. ' Dat is een goeie stap in de richting' (de boertjes) * Jan met de korte achterlul * Je moet een gegeven paard niet in de bek schijten * Ik heb een oude tandarts. Hij trekt met zijn linkerbeen. * Je komt als gegoten! * Je slaat de nagel op z'n kist! / Je slaat de nagel aan m'n doodskop!