Whale Watch Kaikoura

[Foto: kantoor van Whale Watch, Kaikoura][Foto: Pied Shags, Kaikoura] Oorspronkelijk waren we niet van plan om naar Kaikoura te gaan, want het zou er nogal toeristisch zijn. Achteraf bleek dat “toerisme” in NZ een andere betekenis heeft dan in Spanje en consoorten. Dus tijdens onze busrit (een busrit waarbij onze fietsen ook in de bus zelf mochten staan!) van Nelson naar Christchurch maakten we dan toch een tussenstop van twee dagen in Kaikoura om de zee te verkennen.
[Foto: zeehond, Kaikoura][Foto: zeehond, Kaikoura] Omdat we de vroegste boot wilden nemen, mochten we opstaan rond 6u15… Pijnlijk om dan aan te komen bij de Whale Watchers en te horen dat de boten niet uitvaarden die dag, omdat de zee te wild was. We werden op de wachtlijst gezet voor de vroegste van de volgende dag, maar hadden de hoop al opgegeven toen we het weerbericht zagen. De rest van de dag hebben we dan maar doorgebracht met gezelschapsspelletjes spelen en zeehonden kijken.
[Foto: walvis, Kaikoura][Foto: walvis, Kaikoura][Foto: walvis, Kaikoura] De ochtend erop hadden we geluk: we mochten meevaren. De zee was nog wild (extreme sea sickness warning: golven van 2m), maar wij konden dat wel aan. De zee was inderdaad wild, de boot vloog omhoog en kwam vrij hard neer op het wateroppervlak bij elke golf. Plezant, alsof we in Walibi zaten! Jan werd bleker en bleker –geel zonder bloed in zijn lippen– maar omdat hij nog nooit had overgegeven, dacht ik dat hij het nu ook wel zou redden. We bleven vrij lang zoeken naar walvissen, tot er plots eentje gehoord werd in de nabije omgeving. Iedereen naar buiten natuurlijk — behalve Jan. En toen kwam de walvis boven water, echt fantastisch. Hij bleef er nog zo’n tien minuten drijven, om dan sierlijk met zijn staart naar boven een duik te maken. Toen ik terug in het ruim kwam, zat Jan er nog altijd geel te zijn. De boot begon terug te varen en alles kwam eruit. Goed dat ze voor kotszakjes hadden gezorgd, jammer dat hij die niet op tijd had genomen.

Fotrio!

Ten slotte de laatste foto’s: straten, walen en dozen. Gebruik het “pijltjesicoontje” rechtsonder om de foto’s op volledig scherm te zien.

Il est cinq heures, les piefs s’éveillent

We zijn dus weer in België, maar niet geheel vrij van jetlag.

We waren om 11u in Zaventem (maar onze bagage niet, zoals cynisch verwacht) en niet veel later thuis (dank u, Leon). Een poging om de schijn hoog te houden / zo snel mogelijk in West-Europese tijd te komen, mislukte schromelijk. Iets na vijf (‘s avonds) lag Liselotte –computer op de schoot, want ze ging de Sims spelen “om wakker te blijven”– goed en wel te maffen. Ik heb nog avondeten kunnen maken, maar dat was een van mijn laatste wapenfeiten voor de slapenfeiten. Het zevenuurjournaal was nog niet begonnen of we zaten alweer in een ander vervoermiddel: deze keer geen vliegtuig, maar onze eigenste beddenboot. Heerlijk!

Deze morgen was ik wel om vijf wakker, maar dat zal de komende dagen ook wel beteren. De volgende keer probeer ik eens een beter middel tegen jetlag uit: gewoon niet meer naar huis komen. :-)

Zo, nu nog enkele laatste foto’s en het echte verslag van de Walenwatch (dat ik graag overlaat aan Liselotte), en deze blog mag ook gaan slapen.

Whale Watch Kaikoura

Plots begon de eens zo zachte zee woest te kolken en werd de hemel dreigend duister, als was hij 2 stops onderbelicht. Uit het niets en uit het alles tegelijk –want dat was het water nu– verschenen tien, twintig, dertig kolossale walvissen. Met krachtige fonteinen uit hun spuitgaten sloten ze een ondoordringbaar net rond ons. Het was duidelijk: deze giganten kwamen niet om te spelen. Ik begreep dat het leven van mijn medepassagiers van mij afhing, en als in slow-motion liep ik naar de eerste harpoen. Ik stond oog in oog met de overduidelijke aanvoerder van deze zeezoogdieren. Ik herkende een wederzijds gevoel van respect, van haat en liefde tegelijk. Mijn eerste schot trof meteen doel, en met zijn laatste levenskracht sloeg de Moby Dick in kwestie zijn staart tegen ons schip, waardoor ik met volle maag tegen de romp vloog.

En dat is dan meteen de enige correcte uitleg voor mijn eerste keer kotsen in die bijna drie decennia die ik bewust op deze aarde doorbreng.

Abel Tasman National Park (en Nelson)

[Foto: watertaxi van Sea Shuttle] Na eindelijk die eerste nacht van de reis in de tent (toch niet voor niks meegenomen!), werd ik al vroeg wakker, om 6u namelijk. Jan daarentegen bleef maar doorknorren, tot ik me niet meer kon inhouden en hem om 7u30 wakker heb gemaakt. Sorry daarvoor! Mijn plan was om de eerste watertaxi naar Abel Tasman te nemen, om 9u. Dat is natuurlijk niet gelukt. In de plaats daarvan stonden we om 9u30 in de i-site (1 van de wijdverspreide en vrij uitgebreide informatiepunten in NZ), klaar om het busje te nemen naar de watertaxibaai in Kaiteriteri. Om daar te horen dat het busje enkel reed voor de eerste afvaart… We hadden minder dan een uur om tot daar te fietsen. Tot daar was zo’n 20 of 12 of 15 kilometer, afhankelijk van welk bordje we mochten geloven. Full speed dus! En uiteraard is dat ons gelukt (onze kruissnelheid was 27 km/u, en Liselotte had gewoon teenslippers (zonder klikplaatjes, zelfs) aan — Jan) en zaten we blij op de watertaxi van 10u30 voor een kleine 2 uur tot Owara, 1 van de baaitjes in het park.
[Foto: baaitje in Abel Tasman National Park][Foto: een ander baaitje in Abel Tasman National Park]

De boottocht, de uitzichten, de rotsen, de baaitjes, de strandjes, alles, maar dan ook alles was prachtig. Net zoals ik me Fiji en dergelijke had voorgesteld, maar dan in Nieuw Zeeland. Zelfs het weer was prachtig! Het enige jammere is dat we er niet lang genoeg zijn kunnen blijven – na een lunch in het enige restaurantding, een strandwandeling en een half uurtje in de zon na een halve minuut in het water geweest te zijn (koud!), was het alweer tijd voor onze terugkeer naar Kaiteriteri, en dan met de fiets naar de backpackers/camping in Motueka.

[Foto: Liselotte poseert voor  het bord van Rabbit Island][Foto: Liselotte verslindt de bessen]

Na een sobere maaltijd met ingredienten uit de New World, onze favoriete winkelketen, en wat betere slaap in de tent, was het tijd voor de laatste echte fietsdag.

Die dag (met de rit Motueka – Nelson) begon zonnig, maar eindigde in de regen. Het hoogtepunt waren de braambessen en frambozen die langs de weg bij een boerderij gekocht hebben en opgegeten hebben op Rabbit Island (dat dus niet het hoogtepunt van de dag is geworden, zoals wel gedacht). Aangekomen in de backpackers in Nelson, die wederom geboekt werd in de i-site, vertelde de eigenares ons dat het de enige regenachtige dag in weken was. We konden er echt niks aan doen hoor! Nelson zou een bruisend kuststadje moeten zijn, met veel kunstigheden. Op een zondag in de regen verandert dat natuurlijk en werd het een druilerig kuststadje, met veel gesloten winkels. Het museum hadden we op 10 minuten gezien, maar voor het avondeten in “Rome” hebben we dan wel een paar uur gespendeerd. We kregen zelfs toegang tot het persoonlijke draadloos internet van de eigenaar. Het was de lekkerste maaltijd van onze hele reis, leve de “Europese keuken”!