Beknopte samenvatting

Omdat ik te horen kreeg dat er te veel tekst op de blog stond, hou ik het kort: in Wanaka hebben we wat langer dan voorzien moeten blijven omdat de bussen vol zaten. We hadden de bus nodig omdat 1) we te weinig tijd hadden, en 2) de wegen aan de Westkust zelfs enkele keren afgesloten waren. Er was namelijk te veel regen. Brr!

Wanaka was een rustigere (maar niet minder mooie) versie van Queenstown, dus het was niet erg om er enkele dagen te zijn. Buiten een akkefietje met een een half sneetje verbrande toast, één niet uit te zetten brandalarm, drie brandweerwagens, tien brandweerlui, een dertigtal geëvacueerden en 1100 dollar aan ontlopen boetes, hebben we niets memorabels in de jeugdherberg gedaan. (Liselotte verschaft u gaarne meer uitleg.)

De busreis van het deels zonnige Wanaka via de deels weggeregende Westkust naar het grotendeels zonnigere Richmond was lang, erg lang. We hadden een overnachting in Greymouth, dat zijn naam alle eer aandeed. De jeugdherberg, Global Village Backpackers, was wel hoogst origineel Afrikaans/Aziatisch ingericht. Een aanrader! Liselotte had nog wat fietspech: de schroef van haar zadelpen was gebroken, dus onze stop in Greymouth werd nuttig besteed aan het zoeken naar onvindbare moeren en bouten.

Eens in Richmond aangekomen, na verschillende honderden kilometers met de bus (geen aanrader voor wagenziekerds), fietsten we naar Motueka (in het donker). Van daaruit gingen we de dag erna met de fiets naar de watertaxi naar de zee naar Abel Tasman National Park. Maar daarover later meer, door Liselotte.

Bekijk alvast de foto’s (het vorige bericht), en het zal wel duidelijk worden: het was er prachtig. En eindelijk een dagje zon! :-)

Fototwijde!

Het vervolg van de fotoreeks. Dolletjes. Gebruik het “pijltjesicoontje” rechtsonder om de foto’s op volledig scherm te zien.

Dag 8: de kroonjuwelen van de koningin (of: Queenstown – Crown Range – Wanaka)

Vandaag heb ik Liselotte alweer vermoord. Het wordt stilaan een gewoonte.

[Foto: haarspeldbochten aan het begin van de Alpine Scenic Route van Queenstown naar Wanaka][Foto: Liselotte rijdt bergop-op-op][Foto: uitzicht over Queenstown (in de verte), Crown Range][Foto: Liselotte op de top van de Crown Range Pass][Foto: 40 km afdaling!][Foto: Liselotte daalt af][Foto: Jan daalt af][Foto: de typische bloemen, en masse langs de Cardrona River][Foto: Gold Digger's Platter, Cardrona Hotel, Cardrona]

Ik had de vorige keer al vermeld dat Queenstown omgeven was door water en bergen. Om naar de volgende halte, Wanaka, te gaan, moesten we ofwel over, ofwel langs zo’n bergketen. Het spreekt voor zich dat wij –diehards, ondertussen– voor “erop en erover!” kozen.

Eens Queenstown goed en wel achter ons lag, begon de klim van 12 km, met 900 hoogtemeters in totaal. Voor de niet-fietsers: dat is, op minder dan de afstand Hoeselt–Hasselt of Gent–Deinze, het hoogteverschil van onze kust tot het anderhalve keer de hoogste top in de Ardennen. Kortom, “gene kak”. In het “Pedaller’s Paradise“-boekje heette dat: eerst 3,5 kilometer steil, dan 5 kilometer wat rustiger, en tenslotte weer erg steil. Heerlijk.

Het begon aan 10 à 13 procent met haarspeldbochten, kwestie van niet eerst lafjes erin te komen. Daarna was het rustige stuk gemiddeld 5 tot 7 procent, maar na die klim leek dat haast vlak. Liselotte was ondertussen enigszins verbaasd dat de top niet na de haarspeldjes lag, want “die leek nog te doen”. De automobilisten die ons passeerden leken meer realiteitsbesef en moedigden ons massaal aan. Ik vond dat heerlijk, maar Liselotte vond het blijkbaar niet zo speciaal. Ik vermoed dat ze toen belangrijkere dingen aan haar hoofd had: haar benen. :-)

We hebben voldoende gepauzeerd, en we hebben aan een goed tempo naar boven gefietst. Dat wil zeggen: beheerst, en niet “zo snel mogelijk”, want forceren zou fataal zijn. (Ik vermeld hierbij even dat we op de allerlichtste versnelling reden, aan zo’n 6 km/u. Dat is een prestatie, want normaal blaas ik mezelf op. Omdat Liselotte dezelfde neiging vertoonde, ben ik dus gewoonweg verstandig gaan rijden. Echt waar, Johan!)

Toen we de top van de pas bereikt hadden, was het al een stuk frisser. De enige (aangeplante) boom had er al lang geleden de brui aan gegeven. Omdat wij dat niet gedaan hadden, wachtte ons nu een afdaling van maar liefst 40 (veertig! VEERTIG!) kilometer. Weliswaar niet zo steil als de klim, maar wat was dat genieten, zeg!

Veertig…

(En tussendoor een energierijke hap in een uiterst kitscherig ding langs de weg (het enige op de 70 km tussen Queenstown en Wanaka.)

Dag 7: excursie naar Milford Sound

[Foto: Queenstown met bergen op de achtergrond][Foto: Jan in Lake Wakatipu, Queenstown][Foto: meisje in Lake Wakatipu, Queenstown]

Queenstown ligt aan de oevers van het prachtige Lake Wakatipu, geklemd tussen indrukwekkende (of opmerkelijke, zoals de Remarkables) bergketens. Het water is helaas ijskoud, aangezien het gevoed wordt door het smeltwater van de toppen. IJskoud en kristalhelder. (Een beetje zoals vodka, denk ik.) Het is dus de ideale uitvalsbasis voor alle “extremere” sporten, zoals base jumping, bungeespringen, wildwaterraften en downhill/freeride mountainbiken.

Het spreekt dan ook voor zich dat wij ervoor kozen om een halve dag in een bus te gaan zitten, gevolgd door een rustige boottocht van een kleine twee uur, met als afsluiter de bus in de omgekeerde richting.

Op naar Fiordland!

[Foto: Uitzicht van Mirror Lake in de regen, Fiordland][Foto: watervallen, Fiordland][Foto: Kea, Fiordland]

Fiordland is het meest omvangrijke nationaal park van Nieuw-Zeeland, en ook een plek van uitersten: de steilste bergen, de diepste fjorden, en de grootste regenval. Die regen zorgt natuurlijk wel voor een enorme planten- en bomenweelde, en een onvoorstelbaar aantal watervallen. De kea (kie-jah), de lokale papegaai, is behoorlijk waterdicht. Hij vliegt zonder moeite naar die enkele stomme toeristen die ondanks alle “Do not feed the kea”-bordjes stukjes brood werpen.

[Foto: Liselotte aan de watervallen, Milford Sound, Fiordland][Foto: watervallen, Milford Sound, Fiordland][Foto: mist en bergen, Fiordland]

De bekendste twee attracties van Fiordland zijn –jawel– fjorden: Milford Sound en Doubtful Sound. Die eerste is de populairste, ook bij de locals. Wie zijn wij om hen tegen te spreken?

(Tussendoor: een “sound” is een door water uitgesneden vallei, terwijl een fjord door ijs is uitgesneden. De juiste naam zou daarom Milford Fiord zijn.)

De boottocht zou ons de mooiste uitzichten van Milford Sound bieden, maar de eerdervermelde regen (die zo’n 200 dagen per jaar van de partij is) beperkte het zicht. Veel water, veel watervallen, maar bijvoorbeeld geen vergezichten van Mitre Peak.

Desalniettemin: indrukwekkend! De fjorden rijzen zo goed als verticaal uit het water op, meer dan een kilometer de hoogte in.

[Foto: sokken drogen op de bus, Fiordland][Foto: kiwi's (de vogels) op de achterkant van een bus][Foto: Lake Wakatipu vanuit de bus, Queenstown][Foto: zonsondergang boven Lake Wakatipu, Queenstown]

Na de rondvaart (met uitleg in het Nieuw-Zengels én in het Japans) ging het terug richting Queenstown. Het weer was ondertussen opgeklaard, dus we konden eindelijk wat zien door het glazen dak. (Liselottes ouders hebben ook een auto met glazen dak. Da’s voor de Belgische fjorden, besef ik nu.) Bij het aankomen in Queenstown was het zelfs terug ronduit zonnig. Waarschijnlijk ook wel omdat een groot deel van de regen wordt tegengehouden door de vele bergen onderweg.

We hebben de avond afgesloten in een filiaal van Hell’s Pizza, kwestie van de lokale haute cuisine te steunen.

Huishoudelijke berichten

Als je ons iets wil melden, stuur je best een sms: die komt onmiddellijk aan. Internettoegang hebben we bijlange niet elke dag.

Ga nu maar weer in de sneeuw spelen, dan vangen wij nog wat zon. kthxbye!