Fototijd!

Een selectie van de foto’s tot nu toe. (Al meer dan 100.000 woorden!) Gebruik het “pijltjesicoontje” rechtsonder om de foto’s op volledig scherm te zien.

Dag 6: Invercargill – Queenstown

Met de bus, met de bus! Weeral een mooie rit, ditmaal door Northern Southland en Otago, met op het einde een klein uurtje langs Lake Wakatipu. Prachtig! De schijnende zon hielp ook wel, melatonine werd aangemaakt met de kilo.

Klein incidentje onderweg: blijkbaar was een wieletje van de trailer achter het busje kapot. Net geen dodelijk ongeval, maar met als gevolg dat de trailer werd achtergelaten. Alle bagage in de bus dus, ook de fietsen. Gelukkig was er niet zoveel volk…

Aangekomen in Queenstown, was het liefde op het eerste gezicht. Queenstown in een klein stadje midden in de bergen, vlak aan het meer. Er was leven! Meer uitleg over Queenstown volgt nog, maar is natuurlijk ook te vinden op Wikipedia.

Dag 4: Curio Bay – Tokanui – Fortrose – Invercargill

Zoals verwacht, was het weer nog niet beter geworden. Integendeel zelfs! We vertrokken vroeg, voor ons doen, uit Curio Bay (9u). Een namiddag en een avond in een vissersgat met 3 huizen was meer dan genoeg. De eerste 10km gingen vlotjes ondanks de wind; te vlotjes, want toen begon het te regenen. Een belangrijke raad bij regen is: doe bij de eerste druppels regenkledij aan, zeker als er geen blauw meer in de lucht valt te bespeuren. Dat deden we dus niet… om totaal verkleumd aan te komen in Tokanui.

Waarom deden we dat niet? Omdat ik nog een regenbroek moest kopen en te pinnig ben om daar veel geld aan te geven… geen zorgen, ondertussen ben ik al de fiere eigenares van een goeie regenbroek. Slechts 3 dagen te laat!

Tokanui dus: zoals alles in de Catlins, was ook dit een boerengat. Maar het had een superette/fast food joint, waar we een dik uur probeerden op te warmen met een all day breakfast. Dit lukte niet, want de verwarming kon er enkel ‘s nachts aan. Half droog, half verkleumd zijn we dan toch vertrokken, voor de volgende 12km tot Fortrose. Nog meer regen, nog meer wind (maar ondertussen had ik Jan zijn regenbroek al aan; dankuwel).

Fortrose zou onze eindfietsstop worden, ik weigerde nog te fietsen in dat on-weer. Jan heeft daarom iedereen aangesproken binnen en buiten de taverne, waar ik zat op te drogen. Maar na een paar uur moesten we het opgeven, want niemand wou naar Invercargill. Weer een paar uur later zouden we begrijpen waarom. Dus toch moedig op de fiets gestapt voor nog een 50km in de wind, de regen was gelukkig al opgehouden ondertussen.

Het was een beetje sterven, fietsen tijdens onze vakantie in zo’n weer. Maar eens aangekomen (en neergevallen op het bed) in Invercargill, was ik blij, heel blij! Eindelijk terug in de stad, na 4 dagen aan de rand van de wereld gezeten te hebben. Maar blijkbaar was de grote stad nog doodser dan de spookdorpjes, die we onderweg tegenkwamen. Het was oudejaar en alles was gesloten, geen kat te bespeuren, behalve de 20 luisteraars van het oudejaarsconcert. Na lang zoeken naar voedsel, aten we ons eindejaarsdiner in “Lone star”, aangeraden door een local toen we vroegen naar iets Italiaansig. Hompen vlees, maar geen pasta. Oh well, de lichamen konden het gebruiken. Nog een winderige wandeling naar het motel en vlak voor middernacht lagen we al te maffen. Gelukkig slaapjaar!

De volgende dag hebben we een rustdag gehouden in Invercargill. Rusten werd er gedaan, door ons en blijkbaar ook door zowat de hele bevolking. Maar… de supermarkten waren wel open!

De grafiekjes van de helse 90km!

Foto’s volgen nog, de McDonald’s-geur zet niet aan tot langer dralen.

Dag 3: Owaka – “liftje” naar Papatowai – “liftje” naar Curio Bay

(Filmscène. De camera is ingezoomd op de wekker. “08:10″ staat er. De radio begint te spelen, of liever: het weerbericht wordt verteld. Een mengeling van veel wind en veel regen. De korte samenvatting van de weerman: “feels like winter!“)

FEELS LIKE WINTER!

Oh jee.

Het vertrek uit Owaka was: wachten tot er een bui voorbij was –niemand vertrekt graag in de regen– en tegen de wind in beuken. Niet aangenaam, en na enkele kilometers zelfs niet fietsbaar. Wie denkt dat hij/zij in België ooit tegenwind langs vaart of veld heeft gehad, heeft het mis. Man! Niet-te-doen! De wanhoop zette een beetje op (zag ik daar een traan?) en als bij mirakel stopte de eerste persoon die langskwam toen ik losjes mijn duim even omhoogstak. Zijn aanhangwagen en onze fietsen waren voor elkaar geboren, leek het. (In werkelijkheid kwam er nog flink wat touw aan te pas, maar dat maakt dit kerst(vakantie)mirakel minder dramatisch.) Liselotte was dan ook weer een stuk opgewekter. (Merk ook het horizontaal staande haar. Net zoals ook alle planten en boomkruinen horizontaal stonden.)

Onze wilde weldoener was zelf ook een fietser: hij en zijn vrouw waren afgelopen zomer in Roemenië gaan fietsen. Viel naar verluidt goed mee, op de (te) vele wilde honden na. (Geen zorgen, onze volgende tochten gaan naar Kopenhagen resp. het Gardameer.) Ze baatten een bioboerderij uit in Papatowai, en dat was dus ook de eindhalte voor die lift. Met het weer was ondertussen van kwaad naar erger gegaan: de wind had veel wolken meegebracht, en in die wolken zat regen en hagel. Bugger.

(Tussendoor: mensen die interesse hebben in een werkvakantie in Nieuw-Zeeland kunnen misschien als WWOOF’er aan de slag: Willing Worker On Organic Farms. Mankracht in ruil voor kost en inwoon, min of meer.)

Het is opvallend hoe Liselottes fietsmoed samenhangt met het weer: ze zag ons al helemaal gestrand in het spreekwoordelijke middle of nowhere — en dat terwijl we nog lang niet in het midden waren! ;-) Toen het een beetje opklaarde (de buien duren nooit lang, maar de opklaringen ook niet), lieten we Papatowai achter ons en fietsten we Florence Hill op. Dat ging goed, maar eens boven was er weer die wind, die wind, die ellendige wind. Omdat zoiets op foto’s niet pakt, hebben we nog een filmpje. Komt ooit nog wel online. (Hopelijk nog voor het reisverslag van Canada.)

(Nog een tussendoortje: de uitbater van Natural High, mijn fietsverhuurder, had ons nog gewaarschuwd niet in deze richting te gaan, maar wel een bus te nemen naar de andere kant en dan zo terug te komen, met rugwind. Helaas zijn zowel Liselotte als ik een beetje autistisch en vonden we dat het eindplaatje er dan niet als een rondje zou uitzien. Als we klagen over de wind, is dat dus voornamelijk “eigen schuld, dikke bult”.)

Boven op Florence Hill –weer goed steil, jawel– was er een uitkijkpunt, en na enig schooiwerk heb ik een lift kunnen losweken, weg van hier, weg van de wind. Een koppel in een reuzencamper (met reuzenhond, ongeveer vijf keer zo groot als een Deense dog) ging ook onze algemene richting uit, maar niet naar Curio Bay. We konden mee tot aan de splitsing. Oh, wat een vreugde! Oh, wat een heerlijke rit! Oh, wat een verbazing toen we plots merkten dat ze ons helemaal tot in Curio Bay brachten. We hebben niet geklaagd, want de wind leek alleen nog maar sterker geworden. (Ik had mijn helm bij het uitladen op de grond gelegd, en twee seconden later was hij al tien meter verder. Oh! My! Gust!)

Hier kamperen was geen optie: er zat een storm aan te komen. De jeugdherberg (Dolphin’s Lodge Backpackers Hostel) van Curio Bay had een schappelijk tarief en een kamer voor twee, dus dat kwam ook weer goed uit. Na ons avondeten (improvpasta, maar smakelijk) zijn we terug de elementen gaan trotseren, want we waren hier met een doel: pinguïns! Die gaan de hele dag uit werken in de visserij van de oceaan, en nemen dan ‘s avonds eten mee voor partner en kroost. In het versteende woud van Curio Bay is er een kolonie van de zeldzame geeloogpinguïn, en jawel: na lang wachten hebben we eindelijk echte pinguïns in het wild gezien!

Warempel, op het einde van de avond was er zelfs nog een mooie zonsondergang. (Die nacht werd het wel weer wild weer. Geen last van, veilig binnen. We waren wel verkleumd (“feels like winter“, he), maar de lakens waren tenminste warm en droog.)

Bekijk ook even de GPS-route met grafiekjes.

Dag 2: Milton – Balclutha – Kaka Point – Nugget Point – Kaka Point – Owaka

De weg van Milton naar Balclutha had niets bijzonder meldenswaardigs: niet vlak, relatief druk (State Highway 1), een paar dode egels (samen met de verplichte dode wilde zwijnen), en een hoop levende schapen langs de kant. In Balclutha hielden we halt aan de Clutha-rivier. Tijd voor het tweede ontbijt/vroege middageten/brunch. Veel te veel pinda’s en rozijnen later, gingen we weer op weg, de SH1 ingeruild voor de SH92, voor het vervolg van de Southern Scenic Route.

Ik kan sterven als een gelukkig man: ik ben in een plaatsje geweest dat Kaka Point heet. Kaka Point zelf heeft niet geweldig veel te bieden (BUITEN DE NAAM!!1) en na wat calorieën in te laden, namen we de omweg naar Nugget Point, omdat daar veel zeehonden te zien zijn. Dat betekende wel twee keer 8 km over een onverharde weg (en pittig op en neer gaande) weg, en dat zou dan weer verregaande gevolgen hebben.

Voor de mensen die Liselotte niet zo goed kennen: ze is nogal gek op diertjes. Dat houdt dan ook in dat ze de hele tijd op uitkijk is, en dus ook terwijl ze met een zwaarbeladen toerfiets over een onverharde weg (maar wel met harde stenen) rijdt. (De spanning stijgt ten top.) (Ware het niet dat de schrijver zo’n irritante tussenwerpsels opdringt.) Gevolg: ze viel, haar elleboog was flink geschaafd, haar been had een fikse blauwe plek erbij, en het rubber rond haar stuur was kapotgeschuurd. (Liselotte, bij het nalezen van dit bericht: “Ik vind wel dat ge mijn val dramatischer moet omschrijven, hoor. Ik bloedde wel heel fel, en mijn hele been was blauw!”)

De schrik zat er nu in, en dat was niet bevorderlijk voor het verdere verloop. We hebben dan de fietsen aan de kant gezet en de overige kilometers gelift. (Overigens een van de vreemdste plaatsen waar ik ooit gelift heb, en het ging (misschien net daardoor) nog vrij vlot.) Een vriendelijke Brit nam ons mee tot aan de parking, en van daaruit ging het te voet naar de uitkijkpunten. We waren allebei een beetje teleurgesteld: er waren inderdaad wel zeehonden, maar omdat we zo hoog zaten, waren ze amper te zien. (Laat staan te aaien!) (Dat laatste was niet gemeend, voor de mensen die mij misschien niet kennen.)

Bon, eens we weer op de verharde weg waren, begonnen de wind en de wolken op te zetten. Hoewel we van plan waren om tot Curio Bay (dolfijnen! pinguïns!) te gaan, stopten we wijselijk in Owaka. Niet veel later begon het hard te regenen.

Een bord dat je niet meteen in een stad ziet:

Inderdaad, net zoals we ze kennen van thuis:

Over thuis gesproken: dit is nu het onze:

Bekijk ook even de GPS-route met grafiekjes.